In de kijker

Werkboek Goei Wei
Lees alles over het inrichten van een Goei Wei in dit praktisch werkboek!

Zoek
op adres

FILTER OP

Kaart is aan het laden...
In uw buurt
Neerpelt

Kanaal Bocholt-Herentals en vloeiweiden

Het kanaal Bocholt-Herentals dankt haar bestaan aan niemand minder dan Napoleon Bonaparte. Die wou grote rivieren  (Schelde, Maas en Rijn) verbinden om het transport per schip mogelijk te maken over grote afstanden. Bovendien kon hij zo in Duitsland houten schepen bouwen en over het water Engeland aanvallen. Hij startte de werken aan dit ‘Grand Canal du Nord’ in 1806, maar liet al in 1810 de werken stilleggen, nadat hij Holland had ingelijfd.

De rest van het kanaal werd pas afgewerkt na 1839, toen de grens tussen Nederlands en Belgisch Limburg definitief werd vastgelegd. Zo kreeg men een verbinding tussen het industriebekken van Luik en de haven van Antwerpen. Tegelijk kon het rijke kanaalwater afgetapt worden om de droge heidegronden in de Kempen van water te voorzien. Als klap op de vuurpijl kon het kanaal dienen als beschermingsgordel voor de landsgrens, getuige de vele betonnen bunkers aan de zuidzijde langs het kanaal.

Om het kanaal te graven sjouwden honderden mannen en vrouwen met kruiwagens en manden om de grond te verplaatsen. De meesten onder hen waren vreemdelingen die in barakken leefden. Ze verdienden zo’n 1 tot 1,8 frank per dag. Zo groeven ze een kanaal van 18 m breed, dat later werd verbreed tot 35 m om ook grotere schepen toe te laten. Vandaag speelt het kanaal steeds meer een recreatieve rol voor de pleziervaart en wandelaars en fietsers langs de oever.

Het kanaal Bocholt-Herentals, in de volksmond het Kempisch Kanaal genoemd, werd een belangrijke waterweg voor de bewoners van de Kempen. In de 19e eeuw bestonden de Kempen immers voornamelijk uit ‘woeste grond’, uitgestrekte heidegebieden zeg maar. Uit deze arme zandgronden konden de plaatselijke boeren weinig profijt halen. Daarom bedacht men rond de jaren 1850 een ingenieus bevloeiingssysteem. Het water werd door een netwerk van slootjes en sluizen vanuit het Kempisch Kanaal naar de woeste heidegronden gevoerd. Zo kregen de arme gronden voldoende slib- en kalkrijk water en konden ze worden omgevormd tot vruchtbare gras- en hooilanden. Na 1950 ging men steeds meer werken met moderne landbouwmachines en verdween stilaan de interesse voor de vloeiweiden, omdat ze enkel manueel gemaaid konden worden. Tot op de dag van vandaag zie je echter hier en daar overblijfselen van dit uitgebreide kanaalsysteem met z’n vele grachten en sloten.

Afbeeldingen